|
FISA,
organisator van Batibouw, zet voor oktober 2009 de ecologiebeurs Save² in de markt. Kortrijk Xpo zet voor begin
2010 de ecologiebeurs Ecopop in de markt.
Wie de beide exposantenbrochures – uiteraard gedrukt op gerecycleerd papier en
met ecologisch verantwoorde druktechnieken – naast elkaar legt, moet hard zijn
best doen om verschillen te vinden. Save² duurt van 8 tot en met 12 oktober en
vindt plaats in Brussels Expo, Ecopop vindt plaats op 6 en 7 februari in
Kortrijk Xpo. Dat is half zo lang en – vanuit de hoofdstad bekeken – negentig
kilometer verderop. Voor het overige ambiëren beide manifestaties hetzelfde:
het thema eco-bio opentrekken naar een breed publiek. En het opgeheven
vingertje vervangen door een positieve, optimistische boodschap.
Er zijn
twee mogelijke reacties op het feit dat twee concurrerende manifestaties – ze
hebben allebei nationale ambities – op ongeveer hetzelfde ogenblik in de
steigers gezet worden. Reactie één: zowel FISA als Kortrijk Xpo hebben op
hetzelfde ogenblik maatschappelijke signalen geïnterpreteerd en proberen een
ontluikende markt te bedienen met een evenement. Net als in alle andere
industrieën komen beursorganisatoren op hetzelfde moment op hetzelfde idee. De
markt beslist wie het meeste overredingskracht heeft.
Reactie
twee: hou op met steeds weer nieuwe nichebeurzen te creëren. De markt is
verzadigd en een exposanteneuro kan maar één keer uitgegeven worden. Laten we
ons beperken tot de bestaande beurzen en proberen daar nieuwe maatschappelijke
ontwikkelingen een plaats in te geven. Door steeds weer nieuwe evenementen te
creëren versnipperen we de markt tot hij voor niemand nog leefbaar is.
Betrokkenheid
Kan een
beursorganisator iets leren van een marketer die in de FMCG zit? Waarschijnlijk
wel. Bijvoorbeeld dat je moet denken in termen van merken en unieke voordelen
en positioneringen. Unilever heeft vier merken margarine en halvarine en
minarine. Elk van die merken is gericht op een vrij scherp afgelijnde doelgroep
die valt voor een uniek voordeel. Licht en luchtig? Effi! Goed voor hart en
bloedvaten? Becel! Om te bakken? Solo! Smaak voor op de boterham? Planta! We
herkennen het feilloos, - omdat Unilever er veel geld voor over heeft om ons
zover te brengen.
Bij beurzen
wordt de spontane herkenning in hoofdzaak bepaald door 2 factoren: de
geografische nabijheid en de eigen betrokkenheid bij het thema. Wie van car
tuning houdt, weet op welke momenten er waar gespecialiseerde beurzen over car
tuning plaats vinden. Wie van boten houdt, weet dat hij in het voorjaar in
Flanders Expo moet zijn. Mensen die van handwerk houden en voortdurend op zoek
zijn naar nieuwe patronen, volgen de Creativa-beurs zelfs buiten de landsgrenzen.
En wie in Wemmel op de Romeinsesteenweg woont, weet heus wel wanneer er in
Brussels Expo een grote beurs op komst is. Maar verder…
Zijn er te
veel beurzen en werkt die versnippering averechts? Dat zijn twee verschillende
vragen. Om met die eerste te beginnen: niemand anders dan de markt kan
besluiten dat er te veel beurzen zijn. Beurzen floreren dankzij het feit dat er
meerdere aanbieders van producten en diensten zijn die met elkaar in
concurrentie treden. Hoe meer concurrentie, hoe meer concurrerende firma’s, hoe
groter het potentiële aantal exposanten. Het zou heel erg inconsequent zijn om
voor beurzen zelf dan plotseling een andere redenering te gebruiken.
Beursorganisatoren zouden de vrije concurrentie aan de borst moeten koesteren.
Prijselasticiteit
Tweede
vraag dan: werkt versnippering averechts? De ervaring leert dat een beurs –
zeker een publieksbeurs – een bepaalde kritische massa moet hebben om mensen in
beweging te kunnen brengen. Je kan misschien één keer bezoekers lokken met een
dooie mus, maar dat lukt je geen tweede keer en zeker geen derde keer.
Beursorganisatoren hebben – net als alle anderen die zich richten tot ‘de
consument’ - af te rekenen met mondige en veeleisende individuen. Veertig jaar
geleden was een beurs een Feestelijke Aangelegenheid die de hele stad (en het
hele hinterland) in beroering bracht. Vandaag zijn de alternatieven voor een
namiddagje beursbezoek legio. De beursorganisatoren moet dus ook hier in
concurrentie treden. Hij doet dat onder meer door meer te adverteren en door de
belevingswaarde voor de bezoeker te verhogen. Er moeten meer toeters en meer bellen bij, -
en dat kost geld, dat door iemand opgehoest zal moeten worden: de organisator,
de exposanten of de bezoekers. Toegangskaartjes voor beurzen zijn nogal
prijsgevoelig; daar haalt dus relatief weinig te halen. Bij de exposant dan
maar? Ook een exposant kan zijn B&T-euro maar één keer uitgeven. En hij
verwacht voor die investering een aanvaardbare return. Net die return kan een
probleem worden wanneer teveel mensen in dezelfde vijver gaan vissen. Als de
return er niet is, haken exposanten af. Daardoor verschraalt het aanbod en
komen er nog minder bezoekers opdagen. Met nog minder return tot gevolg. In die
optiek kan versplintering contraproductief zijn.
Subregionalisme
Er is
echter een maar… Voor een aantal producten en diensten hecht de consument veel
belang aan lokale verankering: wat ik aankoop, moet van hier komen en niet van
daar. Tussen hier en daar ligt vaak niet meer dan 50 kilometer. In het boek ‘Exposé. Beursorganisatoren en
hallenexploitanten in Woord en Beeld’ noemt directeur-generaal Olivier
Lemaire dat fenomeen bij naam: subregionalisme. Als het over transacties gaat,
zijn mensen geneigd de voorkeur te geven aan het stadsgewest waar ze het meest
mee vertrouwd zijn. Hoe groter de afstand tussen de eigen woonplaats en de plek
waar de beurs plaatsvindt, hoe hoger de psychologische drempel die overwonnen
moet worden om de bezoeker op de beurs te krijgen én hem tot aankopen aan te
zetten. Als die redenering klopt én als de eco-bio-reflex inderdaad leeft bij
de doorsnee Belg, dan is er én in Brussel én in Kortrijk plaats voor een
eco-bio-evenement. En in Antwerpen, Charleroi, Gent, Luik en Namen. Net zoals
er in al die steden ook ruimte is voor een trouwbeurs en een babybeurs.
|